Alfred
Jodokus
Kwak,
dat was een heel bijzondere eend.
Toen hij nog op de lagere school zat,
was hij de enige die met zijn ogen dicht naar de
andere kant kon zwemmen zonder koppeltje
te duiken of iets aan te raken.
Dat is voor een eend in de derde
bijzonder knap.
En hij kreeg daarvoor dan ook altijd een
extra portie watercroes met mayonaise.
Alfred
Jadokus
Kwak las op een dag in de krant.
Zonder waterland.
Er zijn verre landen waar bijna geen
water is om in te zwemmen.
Zo weinig zelfs dat je er niet eens
je snavel mee kan poetsen.
Ja, zo weinig zelfs dat sommige dieren
van dorst doodgaan.
Dat zal niet...
Sommige dieren van dorst dood,
maar dat is toch verschrikkelijk?
Dat is toch afschuwelijk?
Dat is toch...
Mol, heb jij de
Waterlandse
Courant van vandaag gelezen?
Moet je kijken wat hier staat.
Zonder waterland.
Er zijn verre landen waar bijna geen water is om in te zwemmen,
zo weinig zelfs dat je
er niet eens je navel mee kan poetsen, zo
weinig zelfs dat sommigen het hier...
Maar, dat is toch ongelooflijk verschrikkelijk,
en wij hebben zo verschrikkelijk veel water,
en daar hebben ze helemaal geen.
Zeg mol, weet je wat wij misschien kunnen
doen?
Wij kunnen misschien een kanaal graven van
ons groot waterland naar zonder waterland,
En dan stroomt al ons
water naar zon.
Dan delen wij ons water.
Mol, wat denk je daarvan?
En denk je,
Mol, dat jij met jouw familie...
...denk je dat jullie zo 'n kanaal
kunnen graven?
En
Mol, vertel mij eens,
schat eens eventjes...
...wat denk je dat dat zou gaan kosten?
En de mol mompelde in het mond.
MUZIEK
88, dat kost 88 goudstukken,
dat is ongelooflijk veel geld.
Hoe kom ik nou aan 88 goudstukken?
Stel je voor, ik bouw een ongelooflijke mooie
grote eendenkroos spaarmachine.
Daarmee spaar ik dan eendenkroos en
die doe ik in zakjes van 100 gram.
Die zakjes die verkoop ik dan aan eenden die slecht te water zijn,
of die een beetje mank zijn zoals zij, of een beetje merkwaardig lopen zoals ik.
En die eenden die verkopen wij dan die zakjes en dan heb ik als ik 88 goudstukken. 88 zakjes,
dan heb ik 88 goudstukken.
Mol, ik ga meteen zo
'n machine bouwen.
Ik heb een schouderklopje.
Ik vind het verschrikkelijk goed.
Kom.